[ origineel ]    [ hoog contrast ]


Verslag van vogelcursus deel 1, deel 2,
van november 2002 tot januari 2003

Het jaar van de gans
Uw verslaggever ter plekke : Johan Vercauteren

In november van het voorbije jaar startte alweer een cursus:

' Vogels leren waarnemen '

onder de vleugels van onze Natuurpuntafdeling. Vele vrijwilligers zetten zich in om zo'n 45 cursisten wegwijs te maken in de mooie wereld van de vogels. Zij zullen dit 11 theorielessen en 11 praktijksessies lang volhouden.
Ondertussen loopt deze cursus al enkele maanden en hebben de geïnteresseerden reeds zicht gekregen op het leven van steltlopers, ganzen, watervogels, zeevogels, sternen, meeuwen en roofvogels. Ook de vogels in onze eigen tuin kwamen al uitvoerig aan bod in de theorielessen die telkens doorgingen op vrijdagavond. Voor elk onderwerp werd gezocht naar een ornitholoog die van dit deel van de vogelwereld zijn specialiteit heeft gemaakt.

Echt leuk wordt het pas als we de theorie aan de praktijk kunnen toetsen. Dit doen we tijdens een ganse reeks tochten (halve of volledige dagen) die zowel dicht bij ons als iets verder plaatsvinden.

Zo werd een eerste verkenning gepland aan onze eigen scheldekant te Steendorp. De mist en het hoogwater verhinderden dat er echt spectaculaire waarnemingen konden gedaan worden, maar toch lukte het ons om mooie vogels in het vizier te krijgens als Wintertaling, Smient, Krakeend, Wilde Eend en de Blauwe Reiger. Bovendien konden we enkele van de kleine wintergasten in het Kijkverdriet te Steendorp waarnemen : Staartmezen, Pimpel- en Koolmees én het Baardmannetje. Dit pareltje in de vogelwereld werd (helaas) niet door de ganse groep waargenomen, het geluk viel slechts enkelen ten deel.
Eén week nadien hadden we op onze busreis naar de kust meer geluk. In de Uitkerkse Polder was het wel bijzonder koud, maar dan verhinderde niet dat we tal van ganzen goed konden waarnemen, en dat was waarvoor we naar daar gekomen waren !
Zo leerden we dat de Kolganzen niet enkel een witte rand rond de snavel hebben, maar ook zwarte strepen op de borst. Daar door zijn ze vrij gemakkelijk te onderscheiden van bijv. de Grauwe Gans die geen witte 'kol' heeft een geen zwarte strepen op de buik. Deze laatste kan je dan weer in de vlucht makkelijk herkennen door de lichte voorvleugel.
We zagen daar ook de Kleine Rietgans die enkel in deze polder de winter doorbrengt. Deze ganzensoort is dan weer te herkennen aan de donkere kop, alweer een duidelijk onderscheid met de twee vorige soorten.
Behalve de ganzen hadden we ook het geluk om een Kleine Zilverreiger te kunnen waarnemen. Een prachtvogel.
Ook Smienten zijn prachtvogels, zeker wanneer je ze -zoals wij- in uitstekende omstandigheden van dichtbij kunt waarnemen : er was voldoende licht en er was een degelijke kijkhut ! Deze grazende vogels die overdag beschutting zoeken op het water en 's nachts in de omliggende weiden gaan grazen hebben een lichtbruine streep op de kop die echt tot de verbeelding spreekt.
De Uitkerkse Polder is een historisch waardevolle polder : hij is ontstaan uit slikken en schorren die later zorgen voor een inversie van het landschap. Waar vroeger de schorre was is veen ontstaan dat indrukbaar is. De weiden die op zo'n veenlaag gelegen zijn, vertonen overal ondiepe kuilen en kreken. Heel interessant voor tal van vogels zoals Slobeenden, Watersnippen en Goudplevieren. Al deze vogels konden door ons dan ook in de waterrijke omgeving waargenomen worden.
In de namiddag bezochten we het natuurreservaat Het Zwin. Ondanks zijn faam waren er nog verschillende mensen onder ons gezelschap die nog nooit het Zwin bezocht hadden. Voor hen was het een ware openbaring, zeker omdat er nog geen olie lag ! Toch konden we tijdens de rondleiding op de waterplas een Roodkeelduiker bemerken die duidelijk met olie besmeurd was. Het is dan ook vrij uitzonderlijk dat Roodkeelduikers zich zo afzonderen van de zee. Velen zochten tevergeefs naar zijn rode keel, maar die heeft hij slechts tijdens de broedperiode. De Roodkeelduiker is een sierlijke duikvogel die wat wegheeft van een Fuut, zei het met een geheel andere kop. Aangezien er enkele koppels Fuut te bewonderen waren in de onmiddellijke omgeving, was vergelijken heel goed mogelijk. Ook een ander klein duikertje : de Dodaars liet zijn duikkunsten volop bewonderen.
Daar was ook het moment gekomen om een moeilijke groep van vogels te leren waarnemen : allerlei soorten waadvogels/steltlopers. Zo was het niet zo moeilijk om Zilverplevieren die naast Bonte Strandlopers aan het fourageren waren uit elkaar te houden, maar eenmaal een dier of een klein groepje afgezonderd werden waargenomen, was het voor vele beginnende vogelliefhebbers al heel wat moeilijker. Zo leerden we dat de grootte van een Bonte Strandloper een goede referentie is om andere sterk om hem gelijkende vogels te onderscheiden : de Zilverplevier is groter, de Drieteenstrandloper is dan weer een stuk kleiner.
Bij de mooiste waarnemingen die dag waren zeker een groep van Steenlopers, Zilverplevieren en Bonte Strandlopers : gewoonweg prachtig in het winterlicht !

Op zondag 12 januari 2003 reden we onder leiding van dhr. Gilbert Van der Krieken naar Zeeland om er aldaar enkele mooie vogelplekjes op te zoeken. Het had stevig gevroren die week en dus mochten we niet de grote, indrukwekkende aantallen verwachten. Gelukkig hebben we alle belangrijke vogelsoorten die we daar normalerwijze kunnen waarnemen, ook gezien.
Het begon met enkele stops langs de dijken om er de Rotganzen te bekijken, een kleine maar erg aantrekkelijke ganzensoort ! Daar konden we ook onze praktijkleerstof over de Zilverplevieren en de Bonte Strandlopers herhalen.

brandganzenHier en daar konden we ook groepen Brandganzen bekijken.

Vanuit de bus konden we prachtige vluchten Wulpen en Scholeksters waarnemen.
Ook een vlucht Bonte Strandlopers, waargenomen vanop een zonovergoten dijk, kon ons enorm bekoren : zeker wanneer ze -als op een onhoorbaar bevel- gelijktijdig keerden in de vlucht, daalde een rilling langs onze ruggengraat neer !
Op de plassen die daar overal te vinden zijn konden we ook enkele -voor ons- nieuwe soorten waarnemen : Pijlstaarten met hun prachtige grijstinten; Bergeenden met de knobbel op de snavel van de mannetjes; Brilduikers met hun witte 'bril' onder hun ogen; enkele mooie Middelste Zaagbekken en de Smienten.
Onze kennis over de ganzen kwam ook van pas om enkele groepen Kol- en Grauwe Ganzen te definiëren.
Wie geluk had vooraan in de bus te zitten kon een Smelleke - de kleinste valkachtige- de weg zien oversteken. Andere roofvogels die die dag konden waargenomen worden waren: Torenvalk, Bruine Kiekendief, Ruigpootbuizerd en Blauwe Kiekendief. Bij de wandeling in Ouddorp waren enkele vogelkijkers achtergebleven om de Slechtvalk te bekijken. Daardoor waren ze de groep kwijtgeraakt en hebben zij -gratis en voor niets- een extra wandeling in de mooie Nederlandse natuur bijgekregen.
En ondertussen maar tussenstops maken om vogels in hun volle glorie te aanschouwen : de Tureluur met zijn rode poten; de uitheemse Nijlgans met haar witte vleugels; de sierlijke Kluut met zijn naar boven gekromde snavel.

brouwersdamAan het eind van de tocht bezochten we de -in België- wereldberoemde vogelkijkplaats Brouwersdam.
Daar hadden we het grote geluk om niet alleen een Zeehond te zien, maar ook Eidereenden, een Kanoet(strandloper), Roodkeelduikers, de Zwarte Zeeëend en de IJseend -beiden pareltjes voor het oog !

Ook al hebben we op al deze tochten flink kou gehad, toch loonde het meer dan de moeite waard en hebben we -mede dankzij de gidsen en hun helpers- prachtige dingen gezien.
In de acht uitstappen die nog moeten komen, zal dat hopelijk niet minder zijn !



top deel 1

Verslag van vogelcursus deel 2,
van februari 2003 tot juni 2003

We hebben ze allemaal gehad !
Uw verslaggever die meestal ter plekke was : Johan Vercauteren.

Ja, deze vijfde editie van de vogelcursus zit er intussen op. Alle theorielessen en alle uitstappen (22 bijeenkomsten in totaal) zijn de revue gepasseerd ! En dat het de moeite waard was, dat staat als een paal boven water !

Over een paal gesproken, op 9 maart gingen we met de bus naar de Westhoek om er o.a. in het natuurreservaat 'De Blankaert' naar de Roerdomp te gaan zoeken. Wanneer die verrast wordt, zo hoorden we van de gids Koen De Vos, neemt die een 'paalhouding' aan. Hij gaat dan roerloos, met zijn bek naar boven gericht tussen het riet staan. Deze houding en zijn camouflagekleuren zorgen ervoor dat hij bijna niet kan opgemerkt worden tussen de begroeiing.

Toen we daar in Diksmuide in De Blankaert waren, was de doortrek van de eerste terugkerende vogels reeds op gang : vooral de zanglijsters trokken op dat moment door. We luisterden ook aandachtig of we geen Tjiftjaf hoorden, want sommigen onder ons hadden in de dagen daarvoor al her en der één dezer trekvogels gehoord, maar helaas : in de Westhoek was hij blijkbaar nog niet aangekomen.

De Blankaert is vooral bekend om zijn overwinterende Smienten. We konden daarvan nog een aantal bewonderen want een omvangrijk deel was reeds terug op weg naar de broedgebieden in het noorden. We konden daar op de eilanden in het water en aan de overkant ook tal van witgekalkte bomen zien. In die bomen huist een kolonie Aalscholvers wier uitwerpselen de bomen zo wit kleuren.

Ook de Blauwe Kiekendief en de Slechtvalk lieten zich daar bewonderen. Deze laatsten waren wintergasten uit Scandinavië. Bij ons is de Slechtvalk een standvogel, maar in de winter krijgen we een reeks Noordelijke exemplaren op bezoek die hier de winter doorbrengen. Dat verhaal loopt een beetje gelijk met dat van de Buizerd.

De Blankaert is een gebied dat voldoet aan de criteria van de Ramsar-conventie. Dat houdt in dat het gebied een bijzonder bescherming geniet omdat er bijv. meer dan 20.000 Smienten pleisteren en omdat dat meer dan 1% van de totale populatie vertegenwoordigt. Ook voor de Wintertaling en de Slobeend worden dit percentage gehaald.

Op de middag trokken we naar de Ijzerbroeken om daar vanuit de bus vooral nog een boel fouragerende (weide-)vogels te observeren : Kolgans, Graspieper, Veldleeuwerik (al aan zijn eerste zang toe) en de Kemphaan.

Vervolgens lieten we de bus een remspoor trekken in Stuyvenkenskerke : een klein maar mooi reservaat. We konden vanop de weg reeds een bijzondere vogel zien : de Zwaangans.

Zwaangans Deze ganzensoort is oorspronkelijk van Aziatische komaf, maar doordat vrijgelaten en verwilderde exemplaren zich hier gevestigd hebben, is deze soort vooral in Nederland aan een serieuze opmars bezig. Vorig jaar waren er in ons land ook al enkele waarnemingen (2 ex. te Willebroek-Heindonck en 1 ex. te Zemst en Meise), wat maakt dat deze waarneming voor de ganse groep toch iets bijzonders was.In de namiddag loodste dhr. Dewulf ons door het pas heraangelegde reservaat van de Ijzermonding te Nieuwpoort. Men heeft daar opnieuw de oorspronkelijke kreek uitgegraven die met de indijking van de Ijzermonding was verdwenen. Het resultaat mag gezien worden : én voor de ware vogelkijker én voor de gewone natuurwandelaar/-genieter is dit een prachtig gebied geworden.

We kwamen daar ogen te kort om al die langpootvogels te observeren : van Groenpootruiter over Tureluur, Rosse Grutto tot Bontbekplevier zo tot Zilverplevier. Soms moest je bijzonder goed kijken om tussen een grote groep rustende Tureluurs een Groenpootruiter te vinden, maar : geduld loont altijd als je naar vogels wil kijken.

Op 13 april stond er dan weer een gans ander assortiment vogels op het kijkmenu : de bijzondere roofvogels. We hadden het geluk om dhr. Guy Robberecht bij ons te hebben, hij is nl. de voorzitter van het FIR (Fonds voor Instandhouding van Roofvogels) en vanuit die (vrijwilligers-)functie geweldig goed op de hoogte van de meeste broedgevallen van deze zeldzame rovers.

Dankzij hem kregen we de Ruigpootuil te zien, een uilensoort die enkel in de Hoge Venen in ons land verblijft. Het waren erg charmante uilen, dat moet gezegd ! Een eindje verderop hadden we pech bij het observeren van een Havik. We hadden ons goed voorbereid op de observatie, waren stil en in kleine groepen verdeeld naar een goede plek gewandeld vanwaar we het nest van de Havik goed zouden kunnen bekijken. Maar net die dag had de plaatselijke sportvereniging een oriëntatieloop gepland in datzelfde bos. Onze Havik werd daar zo zenuwachtig van dat hij (of zij) meteen de plaat poetste ! Jammer ! Ook jammer om te zien dat de deelnemers aan deze wedstrijd niets ontziend door het bos ploegden ! Zij hadden geen enkel respect voor de beplanting in het bos en liepen overal, behalve op de paden. Dit was een staaltje van natuurvernedering in plaats van natuurbescherming !

Gelukkig mochten we in de namiddag in rustiger omstandigheden enkele bijzondere roofvogels waarnemen : Buizerd, Zwarte Wouw, Rode Wouw (met zijn prachtig gevorkte staart) en bosuil. Sommigen van ons kregen een mooi tafereel te zien : met een klein -ietwat achtergebleven- groepje hadden we een hele tijd een zeilende Blauwe Kiekendief in het visier. Het bleek om een wijfje te gaan. Eensklaps, terwijl al onze kijkers om haar gericht waren, sloeg zij haar vleugels dicht en liet zich in een vertikale duikvlucht naar beneden vallen in duizelingwekkende snelheid. Jammer dat de laatste meters van deze vlucht plaatshadden achter een dennenbosje zodat we niet konden zien hoe het afliep. Hoe het ook zij : het was een prachtige ervaring.

Op 23 mei gidste dhr. Dehaen ons rond in het natuurreservaat van het Hageven en de Plateaux in Neerpelt. Hij ontving ons in het bezoekerscentrum De Wulp waar we meteen een blik konden opvangen van de mooie educatieve tuin. Deze gids was reeds sinds de natuurbeschermingsoertijd (de jaren vijftig) actief om het gebied te kunnen beschermen. Momenteel beslaat het zo'n 300 ha zowel op Nederlands als op Belgisch grondgebied. Twee verenigingen -Natuurmonumenten uit Nederland en Natuurpunt uit België- beheren dit gebied dat gedeeltelijk uit rietvelden en gedeeltelijk uit heide bestaat. Voeg daarbij een kronkelende rivier De Dommel en wat bos en oude vijvers, dan weet je dat deze grote variatie garant staat voor een rijk vogelleven.

En inderdaad : we werden op dat gebied niet teleurgesteld. Tot de mooiste waarnemingen die dag kon je wel de observatie van Blauwborst, Roodborsttapuit en Boomleeuwerik rekenen. Maar liefst 44 vogelsoorten hebben we daar geobserveerd !

Toen een Buizerd in de warme voormiddagzon het luchtruim koos, zag onze gids direct dat het om een vrouwtje ging : een wijfjesbuizerd is immers rond de periode van eind mei in de rui, terwijl de mannetjes slechts ruien eind juni. We konden duidelijk waarnemen dat de rondzeilende buizerd verschillende veren kwijt was, onmiskenbaar een wijfje dus.

Ons vogelplezier kon niet op toen we in de namiddag vanuit de abdij van Achel (B) te voet richting Leenderheide (Nl) gingen. We hadden al meteen prijs, want nog langs de toegangsweg konden we minutenlang een Boomklever waarnemen die zijn jongen in een gat in een Beuk kwam voederen. Velen onder de cursisten hadden nog nooit een Boomklever gezien, en deze waarneming was er dan meteen ook een om U tegen te zeggen !

Verderop tijdens onze wandeling langs de Tongelreep werd onze aandacht getrokken door de zang van de Sprinkhanerietzanger die minutenlang aan het snorren was ! Voor de gids was dit een aangename ontdekking, omdat de Tongelreep tot voor kort nog een rechtgetrokken rivier was met drukbebouwd akkerland langs zijn oevers. Toen de paters van de abdij van Achel hun boerderij van de hand deden, schonken en verkochten zij vele hectaren land aan de natuurverenigingen. Dankzij dit initiatief kon de Tongelreep weer heringericht worden en weer kronkelen zoals weleer door de natte, schrale weilanden. Het uitgraven gebeurde zo veel mogelijk aan de hand van oude documenten zodat de Tongelreep nu weer loopt waar hij honderd jaar geleden ook liep. Dat de Sprinkhanerietzanger daar reeds voorkomt, is een hart onder de riem van de noeste werkers van Natuurmonumenten.

Op de Leenderheide trokken niet alleen de typische heidevogels als Wulp, Roodborstapuit en Geelgors onze aandacht, ook de Veldkrekel met zijn gezang kon ons boeien. Vooral omdat we deze baasjes wel konden horen, maar -hoe we ook zochten- ze niet konden vinden in de heidevegetatie.

Tot slot van deze boeiende cursus trokken we op zaterdag 7 juni met Jean-Paul De Beleyr naar het Molsbroek, op zoek naar allerlei kleine zangvogels. Oorspronkelijk hadden we hiervan een zwaluwenwandeling gemaakt, maar dhr. De Beleyr vertelde ons dat het met de zwaluwen in Waasmunster en Lokeren niet zo best gesteld is : recent werd bijv. een gebouw afgebroken waar een omvangrijke kolonie Huiszwaluwen in broedde. Bovendien was de zandhoop waar een aantal jaren na elkaar Oeverzwaluwen een huis in konden uitgraven, weggenomen.

Dit nam niet weg dat we onze oren gespitst hebben om de vele andere kleine en grotere vogels in dit mooie Wase natuurreservaat te beluisteren : Tuinfluiter en Zwartkop zongen om het mooist. En wie beweert dat het makkelijk is om de zang van deze twee soorten uit elkaar te halen, die heeft het ferm mis ! Uiterlijk zien deze twee kereltjes er helemaal anders uit, maar hun zang lijkt allebei op een versnelde merel.

Op de plas waren we blij verrast Grutto's te zien evenals de Geoorde Futen. Deze laatsten broeden bijna uitsluitend in de nabijheid van een kolonie Kokmeeuwen. En Kokmeeuwen zijn er in het Molsbroek voldoende, vraag dat maar eens aan de bewoners van de omliggende straten.

We zagen ze al helemaal vliegen tegen de tijd dat het middag was, want het bestuur van de werkgroep NME -dat deze cursus organiseerde- trakteerde de deelnemers op een lekkere frisse pint en een hapje ! Het was Gilbert die hier voor gezorgd had : hij blijft de man die vijf edities van deze vogelcursus tot een goed einde bracht ! Als oud-oprichter van de voormalige Wielewaal-afdeling blijft hij actief in het organseren van wandelingen en cursussen voor onze afdeling Zuid-Waasland van Natuurpunt. Bedankt, Gilbert !

Groepsfoto Vogelcursus 02/03


vergroot foto

Na de traditionele groepsfoto (waar lang niet iedereen opstond, velen waren -o.a. door examens van kinderen- verhinderd) trok iedereen met een voldaan gevoel naar huis. Rest alleen de vraag : wat nu ?

top deel 2