[ origineel ]    [ hoog contrast ]
SPRINKHANEN EN CO

Verslag van een boeiende sprinkhanencursus

Uw verslaggever ter plekke : Johan Vercauteren.

In onze afdeling Zuid-Waasland hebben we de goede traditie van de vroegere Wielewaal overgenomen om niet enkel op stap te gaan en de natuur al doende te verkennen, maar tevens ieder jaar een stevige cursus te organiseren. In het verleden passeerden zo al een grassen-, paddestoelen-, en vooral de vogelcursus de revue ! Deze laatste is zo gekend om zijn kwaliteit dat we deze niet rap genoeg na elkaar kunnen organiseren en als we hem organiseren (zoals dit jaar) dan zit hij twee maand voor het begin al volgeboekt.

sprinkhaan Zo waagden wij ons afgelopen zomer aan de sprinkhanen. Nobby Thys van de nationale educatiedienst van Natuurpunt liet ons eerst een stevige brok theorie verorberen in de Broederschool te Sint-Niklaas. In twee lessen probeerde hij ons kennis te laten maken met het leven, reilen en zeilen van deze krassende gras- en struikbewoners.
We leerden er dat sprinkhanen vaak goede indicatoren zijn voor de biodiversiteit en de algemene milieu-kwaliteit van een bepaald biotoop. Ze zijn bovendien gemakkelijk te inventariseren en te volgen (monitoring) zodat ze de conservators van natuurreservaten heel nuttige informatie opleveren.

In Vlaanderen komen nog 34 soorten sprinkhanen en krekels voor, die we allemaal uitgebreid hebben besproken. We bekeken hun lichaamsbouw en vergeleken hun 'zang' (striduleren). Uiteindelijk leerden we een determinatiesleutel voor sprinkhanen hanteren.

Nadien volgden er twee praktische lessen, in het veld, om deze beestjes in het echt te bekijken. We konden op die twee uitstappen maar liefst 11 soorten determineren en waarnemen. En van al die beestjes die we in onze grote mensenhanden hebben vastgehad is er slechts ééntje zijn poten verloren, we hebben immers ons uiterste best gedaan om ze zacht te behandelen.

De eerste keer gingen we naar de Moervaartmeersen, een reservaat van onze eigen afdeling. Het was echt een hele klus om de sleutel te leren hanteren. We moesten er immers eerst steeds in slagen om te ontdekken of het over een wijfje of een mannetje ging, want beiden vertonen soms heel verschillende kenmerken, met als logisch gevolg dat de sleutel is opgedeeld in deel a en deel b, afhankelijk van het geslacht.
Toch konden we het Zeggedoorntje thuisbrengen, evenals het Spitskopje, de Krasser, de Bruine Sprinkhaan en de Grote Groene Sprinkhaan.
Van de Krasser leerden we dat er een langvleugelige en een kortvleugelige vorm bestaat. Deze twee verschijningsvormen komen willekeurig door elkaar voor en moeten de soort in staat stellen om ook grotere afstanden te overbruggen en aldus zo nieuwe gebieden in te palmen.
Toen de excursie erop zat, werden we door Tim, conservator van het gebied, uitgenodigd om nog een eindje verder te gaan want hij wist een plekje waar de Moerassprinkhaan zat. En inderdaad, diegenen die nog tijd en zin hadden om mee te gaan hebben deze grote sprinkhaan goed kunnen waarnemen en meteen ook gezien hoe kleurrijk hij/zij wel is. Voor de nationalisten onder de deelnemers een goede zaak, want zij ontdekten dat de kleuren van de Belgische vlag aan zijn springpoten te zien zijn.

sprinkhaan2

De tweede uitstap ging richting Wetteren, naar de Warandeduinen. Daar konden we uiteraard meer de soorten van droge gebieden waarnemen waar in de Moervaartmeersen vooral de soorten van natte gebieden konden geobserveerd worden.

Oorwormen zijn sterk verwant met de sprinkhanen, vandaar dat we aan deze afvalopruimers ook aandacht hebben besteed. We leerden het onderscheid kennen tussen de kortgevleugelde oorworm en de gewone oorworm.
In de droge landduinen van Wetteren leerden we de Bruine Sprinkhaan, de Krasser en de Snortikker nog wat beter kennen. Deze laatste is trouwens een soort die op de rode lijst staat. Net als het Zanddoorntje (of ook het Duindoorntje genoemd). Deze vertegenwoordiger van de doornsprinkhanen kenmerkt zich door een lang, doornvormig schild dat heel ver (zelfs tot achter het lichaam) doorloopt. Zij lijken dan ook op een doorn en hebben dus hun naam niet gestolen. We hadden geluk die dag, want ook het Gewoon Doorntje en het Zeggedoorntje konden we waarnemen. Deze drie soorten zijn in Vlaanderen de enige vertegenwoordigers van de doornsprinkhanen.

We konden ook enkele sabelsprinkhanen ontdekken, waaronder de Struiksprinkhaan, eveneens een rode-lijst-soort. Deze prachtige, donkergroene sprinkhaan heeft overal zwarte stipjes op zijn lijf en een ovaalvormige gehooropening net onder de knie van zijn voorpoten.
Bij de veldsprinkhanen bevindt deze gehooropening zich ongeveer midden op het lichaam, net onder de vleugels. Het neefje van de Struiksprinkhaan, de Boomsprinkhaan is veel algemener en wordt ook wel eens de badkamersprinkhaan genoemd, omdat hij -in tegenstelling tot de Struiksprinkhaan- een goede vlieger is en naar het licht toevliegt. En aangezien badkamerramen nogal eens op een klik blijven openstaan, dan weet je wel hoe hij aan die bijnaam komt. We konden goed waarnemen hoe deze sabelsprinkhaan een gele streep op zijn/haar kop en schild heeft, wat de determinatie makkelijker maakt.

Natuurlijk hadden we niet alleen oog voor de sprinkhanen, maar ook voor andere insecten. Heel opmerkelijk was een mierspin (spec.), dit is een spinnensoort die zo goed op een mier lijkt dat ze nauwelijks van deze mieren te onderscheiden zijn. Alleen hun typische spinnenkop en het feit dat ze acht poten hebben zijn voor de goede waarnemers het uitsluitsel dat het hier over een spin gaat en niet over een mier. Mierspinnen begeven zich onder de mieren om ze dan op te eten. Ook een Groene Boomwants trok onze aandacht, omdat het exemplaar dat in het net bleef steken een opmerkelijk roze onderkant had. Deze onderkant kan immers zeer variabel zijn : van heldergroen tot roos. Zo konden we meteen ook de steeksnuit van de wants zien. Deze steeksnuit zit aan de onderkant tegen het lijf geplooid en dient om zich te voeden met plantensappen.
Tenslotte konden we in de zanderige grond een Pluimvoetbij waarnemen die een gat aan het boren was. Deze solitaire bij leeft immers in de grond. Aan haar achterpoten heeft zij een hele bos donshaartjes staan waardoor het net lijkt of ze kousen aanheeft. Een opmerkelijk diertje.

Wanneer je weet dat in Vlaanderen slechts één biotoop gevonden is waar 11 soorten sprinkhanen leven en wij er in Wetteren reeds 8 vonden (waaronder drie soorten van de rode lijst) en je beseft dat we misschien, mits wat beter zoeken, nog een aantal veel voorkomende soorten hadden kunnen vinden,
dan weet je wel dat de 'Warandeduinen' op sprinkhanengebied een opmerkelijk stukje natuur is.

Wij danken onze lesgever en gids Nobby Thys heel hartelijk voor de fijne en leerzame cursus en hopen ooit nog eens op insectenpad te gaan met hem. We spraken in ieder geval al een herhalingswandeling af met hem. Volgend jaar in september (U leest er nog van) neemt hij ons weer mee op sprinkhanen-ontdekkingstocht !