In de theorieles maakten we kennis met heel wat nieuwe woorden zoals: thallus, apothecia, soralen, isidiën, sporofyten, gametofyten, peristoomtanden en andere begrippen. Allemaal woorden die we een plaats in onze hersens moesten geven.
Wat is nu het verschil tussen mos en korstmos ? Wel een korstmos is geen mos! Mossen hebben enkel bladgroen, korstmossen bestaan uit 95% zwam en 5% bladgroen. Een ander woord voor korstmos is lichene.
Iemand die zich bezighoudt met lichenen wordt dan ook een lichenoloog genoemd, een mossenkenner is een bryoloog.
De meeste lichenen hebben een Nederlandse namen gekregen, ook onze mossen. Heb je ooit al gehoord van knikkertjesmos, duizendpootmos, slakkenhuismos, vossenstaartmos, braakbalmos, dubbeltandmos of achterlichtmos? Ik ook niet. Het zijn nochtans geen plantjes uit een sprookjesbos want ze bestaan echt. Achterlichtmos is trouwens geen mos dat op het achterlicht van je auto groeit maar je vindt dit in je eigen tuin samen met muurmos en muisjesmos. Deze drie mosjes groeien het liefst op beton in de volle zon. Zo bezitten ze alle drie glasharen. Bijzeer warm weer schrompelen de mosblaadjes ineen, maar de glasharen weerkaatsen het zonlicht, dus ook de warmte en zorgen dat de plant binnenin niet uitdroogt. Bij de eerste regendruppels krijgen ze weer hun normaal uitzicht, dit is een van de vele wonderen van de natuur.
Wat die namen betreft: dit danken we vooral aan de Nederlanders.
Ooit gaven ze een mosje de naam van:
![]() |
![]() |
| Gaaf kantmos | |
Op onze eerste uitstap in het Heidebos (Moerbeke) zijn we niet verder geraakt dan 100 meter, maar we hebben veel mooie dingen gezien. Zoals: groot duinsterretje, rimpelmos, sikkelsterretje, rondbladig boogsterrenmos en zuidelijk of gaaf kantmos, een inwijkeling uit Zuid-Afrika. Van de lichenen onthouden we vooral soredieus leermos, gewone poederkorst en kapjesvingermos.
De tweede uitstap zijn we verder geraakt en ook veel nieuwe soorten gezien zoals gedrongen kantmos, met duidelijk potaarde geur, knopjesmos en verstop-schildmos. Toen we terugkeerden was het ook al donker geworden.
Onze derde uitstap was voorzien voor 26 november in de Stropers te Kemzeke maar wegens de zware sneeuwval de dag voordien, werd iedereen verwittigd dat het een week later zou plaats vinden. De week nadien zag het er ook niet zo best uit met al die regen, er waren slechts vijf cursisten aanwezig, maar tijdens de excursie hebben we onze paraplu niet moeten gebruiken, ook scheen even de zon.
Hier zijn we bijna een uur blijven sleutelen bij de stam van een ruwgeschorste boom, mossen en lichenen het stond er allemaal op! Wat verder vonden we op een boom met gladde schors purperschaaltje en witte schotelkorst, een lichene die kan wedijveren met veel van onze moderne sieraden, hierbij gebruikten we een vergroting van x10. wat verderop in het bos zagen we veel fraai haarmos en ook kussentjesmos. Dit laatste mosje wordt verkocht in warenhuizen om bloemstukjes te versieren, hierdoor wordt het in zijn biotoop bedreigd!
Ik wil nog meedelen dat bij onze cursus ook een volledige tabel van de Cladonias of bekermossen zat van gans West-Europa, ongeveer 60 soorten. Hiervan hebben we enkel smal bekermos, fijn bekermos, kapjesbekermos en heidelucifer gezien. Er is ook een soort bij die frietzakkenmos, in Vlaanderen patatzakbekermos, wordt genoemd, dus er is nog reden genoeg om rond te kijken.
We kijken dan ook hoopvol uit naar een volgende ontdekkingstocht !
René Pletinck

Onder de loupe bekenen (foto Tom Vermeulen)

Christel, Hans, René (foto Tom Vermeulen)

Groot Dooiermos (foto Tom Vermeulen)

Gewoon Schildmos (foto Tom Vermeulen)

Hans in gewone doen (foto Tom Vermeulen)
dubbel03-1.jpg)
Bekerkorstmos (foto Lian Verbeke)
Mos op een eternitdak in de Kalkense Meersen (foto Lian Verbeke)
![]()