pagina bijgewerkt op 31 maart 2007


Succesvol broedgeval van Kerkuil in Nieuwkerken-Waas

Sinds een 5-tal jaren trachten we zicht te krijgen op het aantal Kerkuilen (Tyto alba) in de buurt van Sint-Niklaas en Belsele. Hiertoe worden in een aantal geschikte (?) gebouwen aangepaste nestkasten geplaatst. Af en toe wordt zo’n kast door Kauwen of Holenduiven “gekraakt”. En uiteraard is elke broedende vogel welkom, maar deze speciale kasten zijn in de eerste plaats voor Kerkuilen bedoeld. Bovendien ziet mijnheer pastoor in zijn kerk of de landbouwer in zijn schuur liever geen “duiven” of Kauwen verschijnen.

In 2005 volgden we een uilencursus in Herzele wat ons moed en ook nieuwe ideeën opleverde. Aansluitend werden vijf locaties in Belsele en omgeving bezocht en gekeurd door Johan Lefebvre, verantwoordelijke van de Kerkuilwerkgroep, provincie Oost-Vlaanderen De nestkasten waren geschikt en goed genoeg opgehangen, ook de locaties en de omgeving leken best interessant. Enkele kleine aanpassingen werden aangebracht. De ultieme vraag stelde zich: “Zitten er wel Kerkuilen in de buurt?”

Eind 2005 contacteerde Toon Vincqueer ons namens de kerkfabriek van parochie O.L.V. Ten Bos van Nieuwkerken. “Of we geen interesse hadden om een nestkast voor Kerkuil op te hangen?” “Natuurlijk!” en door zijn enthousiaste bemiddeling installeerde de plaatselijke schrijnwerker er op 31/12/05 nog een nestkast op een rustig plekje van het kerkdak.

In februari en maart 2006 gingen we een aantal avonden op stap voorzien van een CD met het geluid van de Kerkuil. Kerkuilgeluid is door een mens moeilijk te imiteren en te beschrijven, maar niet te vergeten als je het éénmaal hebt gehoord. Tot onze grote verbazing reageerde er op 10 locaties een Kerkuil (op 8 locaties zagen we zelfs één of twee Kerkuilen). Zowel in Belsele, Waasmunster, Nieuwkerken, Sint–Niklaas en Elversele hadden we succes. Aan de kerk van Nieuwkerken was het resultaat echter negatief. In ieder geval verzamelden we met deze gerichte actie een aantal potentieel geschikte locaties.

Ons geluk kon niet op toen we op 15 juni 2006 in Toons mailtje lazen dat er 2 kleine kuikens en nog 1 ei in de bak te zien waren, en dat de stank niet te harden was! Zou het eindelijk lukken dat één van onze nestkasten een koppel Kerkuil herbergde? Nieuwkerken volgde onze raad op en respecteerde een periode van rust rondom de kast en bij een controle op 12 juli werd onze hoop bevestigd: 3 prachtige en wel doorvoede kerkuiljongen! (zie foto). De jongen werden diezelfde dag voorzien van een ring. Tot ongeveer half september was er bijna dagelijks een heus schouwspel te zien en te horen. Krijsende jongen die later in augustus hun eerste vluchtjes maakten.

3 jonge kerkuilen

We herinneren ons nog levendig het kabaal van de jongen op een late augustusavond. Het leek alsof je er drie verschillende stemmetjes in kon herkennen. Ofwel waren de jongen uitgehongerd ofwel wachtten de oudervogels bewust met voederen tot de jongen met veel aarzeling zelf voor het luchtruim kozen. Hoe dan ook een prachtige waarneming! Half november bereikte ons – door een terugmelding – het spijtige nieuws dat één van de jongen naast de spoorlijn in Nieuwkerken dood werd teruggevonden, waarschijnlijk aangereden door een trein…

De voorbije wintermaanden plaatsten we 8 nieuwe Kerkuilkasten op locaties waar de vorige winter Kerkuilen werden gehoord of gezien. De leerlingen Houtbewerking van VTS 3 uit Sint-Niklaas vervaardigden de kasten en Cera erkende het project en gaf financiële ondersteuning. De leerlingen staken een handje toe op 11 januari 2007 bij de plaatsing van een kast in schuren in Belsele en Sint-Niklaas. (zie foto).Ook de regionale kranten waren op dit initiatief aanwezig en brachten een bijdrage.

kerkuilennestkast

Met veel ongeduld kijken we uit naar het broedseizoen 2007. Is de zachte winter een goed gegeven? Zal er een uitgebreid muizenbestand zijn? Krijgen we alsnog een serieuze winterprik?
We beseffen dat we beter niet te hoge verwachtingen koesteren, maar een verdubbeling van het aantal bewoonde nestkasten zou toch haalbaar moeten zijn …
Hoe dan ook we houden je op de hoogte! Binnenkort zal je het kerkuilnieuws ook op de website van Natuurpunt Zuid-Waasland kunnen volgen. (www.natuurpunt-zuid-waasland.be)

Groeten,
Eddy De Taey, Wim De Backer en Marc Aerts

naar boven



“Uilen in Belsele”: zijn we op de goede weg … ?
Uw verslaggever ter plekke : Marc Aerts

Op 24 november organiseerden Eddy De Taey en ik namens de werkgroep NME (natuur- en milieueducatie) “Uilen in Belsele”. Of zeg maar: een avond over het wel en wee van de uilen in onze omgeving. Het was even bang afwachten welke opkomst er zou zijn, maar al gauw bleek dat enorm mee te vallen. De inspanning van velen (en Eddy’s relaties in het bijzonder) leidden tot een opkomst van een 80-tal aanwezigen! Een sfeerbeeld:

Maarten Bekaert bleek een waardige vervanger van Dries Van Nieuwenhuyse die op het laatste moment moest afzeggen. Hij startte de avond met een stukje mythologie waarbij de uil als een symbool voor wijsheid maar tevens als een slecht voorteken werd voorgesteld. Daarna nam hij ons mee voor een snelle wereldreis waarbij hij de betekenis van de uil in het vroegere Griekenland, Egypte en ten tijde van de Maya’s en de Inca’s schetste. Tussendoor vernamen we dat er een uil schuilt achter de 1 van een Amerikaans één-dollar-biljet. (Je moet het dan wel sterk uitvergroten).

Maarten vervolgde met de kenmerken van uilen en de verscheidenheid aan soorten, en stond voornamelijk stil bij Steenuil, Ransuil, Bosuil en Kerkuil. Hij zoomde in op het belang van ogen en oren, en had het daarna over het gedrag waaronder het jagen en de balts.
Maarten kwam helemaal onder stoom wanneer hij – als volleerd wetenschapper – kon vertellen over de impact van landschapselementen bij de habitatkeuze van Steenuilen.

Hoog tijd om even al deze wijsheid en ervaring door te spoelen! Tijdens de pauze konden we proeven van o.a. een blonde Waasland, een plaatselijk streekbiertje (lekker!), frisdrank of koffie. Dat alles aan democratische prijzen, terwijl de toegang al gratis was… waar vind je dat nog tegenwoordig? Prachtig was de verzameling foto’s, de glazen bak die een nestkast simuleerde en de verschillende nestkastmodellen voor Steenuil, Bosuil en Kerkuil. Daarnaast ook nog een stand van Natuurpunt en van JNM en heel wat mee te nemen informatie en folders.

uilen1

Na de pauze was het de beurt aan Johan Lefebvre, verantwoordelijke van de Kerkuilwerkgroep, provincie Oost-Vlaanderen. Hij bracht een beeld van 20 jaar Kerkuilwerking in Oost-Vlaanderen. Hij nam ons mee in de levenscyclus van de Kerkuil en leerde ons dat er op 20 jaar tijd een verdrievoudiging plaats had van het aantal geregistreerde Kerkuilkoppels (met een 5-jaarlijkse piek). Boerderijen en schuren lijken als broedplaats enorm toegenomen. De Kerkuil bereikte in 2005 met 778 broedkoppels in Vlaanderen het grootste aantal van de voorbije 20 jaar.

uilen2

Johan ging over tot de opsomming van een aantal maatregelen ter bescherming van de Kerkuil. “Het heeft lang geduurd, maar ein-delijk worden ze toch gebruikt: de nestkasten”. Het aandeel van nestkasten als nestlocatie nam de voorbije 5 jaar zienderogen toe. Duidelijke identificatie en behoorlijke voorzorgsmaatregelen zoals sloten zijn jammer genoeg noodzakelijk geworden.

Johan eindigde met een luikje educatie en studie waarbij de voorspelde kwaliteit van 500 x 500 meter hokken ons voornamelijk ten noorden van de E17 goede vooruitzichten geeft.

broedbak kerkuilen

Beide sprekers benadrukten het belang van het vrijwilligerswerk en bedankten hen voor de vele uren van vrijwillige inzet.

Van onze kant kunnen we dat enkel beamen en herhalen hierbij onze oproep tot het ons melden van waarnemingen van Kerkuilen en het doorgeven van eventueel geschikte locaties. U kunt dit mailen of doorbellen aan:
Eddy De Taey: detaey@hotmail.com of 03 772 28 08
Marc Aerts: aertskes@euphonynet.be of 03 777 89 16

Graag hierbij ook een dankwoord aan Cera voor de sponsoring van een 10-tal Kerkuilnestkasten en aan VTS 3, Sint-Niklaas voor het vervaardigen van deze kasten.

Ook veel dank aan Stadsbestuur Sint-Niklaas voor de toekomstige sponsoring van een aantal nieuwe nestkasten en bijhorend materiaal.

We kunnen terugblikken op een geslaagde avond met een onverhoopte opkomst en twee enthousiaste sprekers die mooie presentaties brachten waarin een aantal prachtige foto’s.

En zijn we nu op goede weg… ?
Volgens spreker Johan Lefebvre alleszins. Is het eerste succesvolle broedgeval in één van onze nestkasten daarvan een voorteken? Omtrent dit eerste nestje kan u meer vernemen in een volgend artikel “Succesvol broedgeval van Kerkuil in Nieuwkerken”.

uilen3



naar boven




De Kerkuil (Tyto alba)

Rijk Animalia
Fylum Chordata
Klasse Aves
Orde Strigiformes
Familie Tytonidae
Geslacht Tyto
Soort Tyto alba
Wetenschappelijke naam: Tyto alba (Scopoli, 1769)
Nederlandse naam: Kerkuil
Vogelgroep: Uilen

Dit artikel is overgenomen van Kerkuilenwerkgroep Vlaanderen

De kerkuil is ongeveer 34 cm groot en heeft een vleugelspanwijdte van 95 cm. De bovenzijde heeft een goudbruine tot leigrijze grondkleur en is gespikkeld. De onderzijde varieert van roestbruin tot wit. Hij is zeer goed herkenbaar aan zijn hartvormig wit gezicht ( de sluier ), met de donkere ogen pal naar voor gericht.
Tijdens de nachtelijke vluchten is de Kerkuil over het algemeen zwijgzaam, soms laat hij een rauwe kreet horen. Rond de broedplaats maakt hij blazende en sissende geluiden. De Kerkuil voedt zich voornamelijk met kleine prooien : spitsmuizen, bosmuizen en woelmuizen, maar soms kan men ook vogels op het menu terugvinden. Meestal gaat het dan wel om huismussen en spreeuwen.

sluier(geluid)
Op deze foto is de sluier, het hartvormig wit gezicht, heel goed te zien.

Achteruitgang

Van oorsprong een rotsbewoner, heeft de Kerkuil zich wonderwel aangepast aan de menselijke omgeving. Door het feit dat de mens gebouwen ging optrekken vonden Kerkuilen een onderdak in kerken, kastelen, schuren,….
In de onmiddellijke omgeving van zijn nestplaats vond hij voldoende prooien in het gevarieerde kleinschalige boerenlandschap met knotwilgenrijen, houtwallen, ruige graslanden en akkerranden. Tegenwoordig gaat het niet zo goed meer met de Kerkuil. Hij staat momenteel in verschillende landen op de "Rode lijst" van bedreigde diersoorten. Als algemene oorzaken van achteruitgang kunnen we vermelden:

* verlies en waardevermindering van de biotopen
* verlies aan geschikte rustige broedplaatsen
* hogere onnatuurlijke sterfte door menselijke invloeden

Bescherming
Biotoopbeheer-voedselaanbod

De intensieve landbouw, de nieuwe landbouwmethodes, de grootschalige ruilverkavelingen en vooral het verdwijnen van de typische kleinschalige landschapselementen liggen aan de basis van een gewijzigd voedselgebied. Holle wegen en hagen verdwijnen aan een verontrustend tempo. Waar vinden we nog hooi- en houtmijten? Het graan ligt al lang niet meer in de schuur opgeslagen, maar in muizenvrije silo's. De Kerkuilwerkgroep pleit voor een globale aanpak op lange termijn, willen we de Kerkuil als broedvogel behouden.
Samenwerking met de gemeentelijke en provinciale overheden bij het uitvoeren van de GNOP's kan een stevige steun bieden aan de Kerkuil. Concreet betekent dit het onderhouden en heraanleggen van haagkanten, knotwilgenrijen, ruige graslanden en natuurlijke bermen. Tevens kunnen hooi- en houtmijten aangelegd worden in de onmiddellijke omgeving van de broedplaatsen om de voedselsituatie te verbeteren.

Broedgelegenheid

Als holenbroeder houdt de Kerkuil van rustige, donkere nestplaatsen. Tegenwoordig worden steeds meer kerktorens en andere gebouwen afgesloten met gaas om verwilderde duiven te weren, jammer genoeg verdwijnen op die manier ook uitstekende broedplaatsen voor de Kerkuil. Ook de klassieke oude boerenschuren worden meer en meer vervangen door geheel gesloten loodsen.
Het beschermen van de resterende broedplaatsen en het creëren van nieuwe broedgelegenheid door het plaatsen van nestkasten in gebouwen is een van de hoofddoelstellingen van de werkgroep. Door de jaarlijkse controle van de nestgelegenheden en het ringen van onze vogels leren wij hoe de kerkuilenpopulatie evolueert.

Moordend verkeer

Door de constante uitbreiding van het wegennet en het wagenpark in gans Europa neemt het aantal verkeersslachtoffers onder de Kerkuilen elk jaar zo sterk toe dat hierin de voornaamste doodsoorzaak kan worden gevonden.
Kerkuilen jagen vooral langs de muizenrijke wegbermen en worden heel vaak tijdens het overvliegen van de rijweg op lage hoogte door het voorbijrijdende verkeer gegrepen. Op jaarbasis vallen vooral twee periodes op in de cijfers. Een eerste piek vinden we in maart. Dat is de periode waarin vooral de volwassen mannetjes actief worden bij de aanvang van het broedseizoen. Een tweede piek bemerken we in de maanden september-november, wanneer de jonge vogels uitzwermen. In de Belgische vogelopvangcentra van Vogelbescherming (K.B.V.B.V) werden tussen 1987 en 1997 maar liefst 1100 Kerkuilen binnengebracht, 197 bleken met zekerheid verkeersslachtoffers te zijn. De Kerkuilwerkgroep tracht aan de hand van eigen onderzoeksresultaten de verschillende overheden te overtuigen van de beschermingsmaatregelen die nodig zijn.

naar boven